Het ondiepe van Nicholas Carr: onze hersenen veranderen is dat erg?
februari 27th, 2011 door Gijsbregt
Gisteren las ik tweet van iemand zei dat hij zijn eigen handschrift nauwelijks meer kon lezen. Want hij schreef toch bijna niet meer met pen. Dus zijn handschrift zou achteruit gegaan zijn, hij was mooi schrijven ontleerd. Zou dat kunnen? Is schrijven niet net als fietsen en schaatsen, dat blijf je toch altijd kunnen? Niet volgens Nicholas Carr, in zijn boek Het ondiepe: hoe onze hersenen omgaan met internet meldt hij hetzelfde voorbeeld. Hij gebruikt dit voorbeeld om zijn centrale stelling in het boek te onderbouwen: van internetten word je ondiep of misschien wel oppervlakkig. Van lezen word je diep en geëngageerd. Internetten is jetskiën op de golven en lezen is diepzeeduiken. Ik heb mijn hele leven al een slecht handschrift, dus voor mij is het laten staan van de pen echt een uitkomst. Ik typ altijd mooier dan ik schrijf, altijd dieper ook.
We worden dom
Carr beschrijft voornamelijk vanuit zijn eigen ervaringen hoe Googlen ons dom maakt (zoals zijn befaamde artikel voor the Atlantic heette, waarop het boek is gebaseerd). Hij staaft deze ervaringen met een enorme vracht aan onderzoeken. De belangrijkste reden dat we dommer worden ligt eigenlijk in het feit dat lezen ons een paar honderd jaar geleden veel slimmer heeft gemaakt. Daarmee probeert Carr cultuurpessimisme te omzeilen, immers niet alle vooruitgang is slecht: van orale traditie naar geschreven traditie heeft ons een diepe manier van denken, abstraheren en creatief ontwikkelen opgeleverd. Toch blijft juist dit cultuurpessimisme hangen, ondanks de vele voordelen die Carr aanhaalt om de vooruitgang te prijzen. De voordelen lijken meer bedoeld om de criticasters de mond te snoeren. Want internet leidt tot kleine, hapklare, gemiddelde brokken content, voortgekomen uit algoritmen zonder gevoel voor abstracte waarde, uniciteit of liefde. Wij kunnen met ons aangepaste brein ook alleen nog maar dit soort content begrijpen en waarderen.
Media en technologie
Desalniettemin is het een fijn boek om te lezen. Vooral als je gewoon naar Carr luistert en even je iPad en iPhone laat liggen, de push notificaties van Twitter, Facebook en Whatsapp laat voor wat ze zijn en echt even diep in het boek duikt. Het boek schetst een mooi overzicht van mediafilosofie met veel aandacht uiteraard voor de uitvinder van the medium is the message, Marshall McLuhan. Maar net zo goed voor Plato, Socrates, Seneca, Taylor, Nietzsche en Heidegger. Carr is van alle markten thuis. Ook de schets van de ontwikkeling van technologie is leerzaam, hier is veel, vaak impliciete, aandacht voor het werk van Kevin Kelly.
Breinmetaforen
Het brein is altijd vergeleken met de meest recente technologie die we voorhanden hebben als mens: 400 jaar geleden met een klok, 150 jaar met een stoommachine en nu met een computer. Dat het brein geen van allen is lijkt voor de hand liggend, maar blijkt een lastig te bestrijden fundament onder vele theorieën. Dit is waar Carr zijn beste punten maakt: computers zijn geen mensen en mensen al helemaal geen computers. Dus de glorie van de computer maakt ons niet per se beter als mens. Ook de koppeling tussen menselijke en artificiële intelligentie leidt niet tot een beter mens. Daarnaast overtuigt Carr als het gaat om de veranderingen in het brein: de paden van onze hersenen worden continu opnieuw aangelegd. Internetten leidt per definitie tot klikgedrag en daarmee tot korte en snel verplaatsende aandacht. Maar is dit nu slecht? Is lezen in een boek nu echt beter dan surfen op het internet? Is diepzee duiken nu echt interessanter dan jetskiën? Dat lijkt een morele kwestie en geen wetenschappelijke.
Slow food en slow media
Carr heeft zijn boek geschreven zonder de verstoring van internet en alle push notificaties gingen uit. Het was afkicken voor hem, maar er is een mooi boek uit voort gekomen. Feitelijk is hij zijn eigen bewijs. Zijn theorie krijgt veel gehoor, in de media, bijvoorbeeld dit boeiende artikel in de NewYorker, maar ook in het dagelijks leven. Er ontstaan weer platenclubs waar mensen een compleet album van track 1 tot de laatste track aandachtig luisteren. In eten (slow food), literatuur, kunst en film gebeurt hetzelfde. Helaas is dit roeien tegen de stroom, want zoals Carr zelf aangeeft: de technologie is altijd sterker dan wij. Dus cultuurpessimisten en romantische dromers daar gelaten, we zijn straks allemaal even slim als Google ons laat zijn.